Franse woorden in de Nederlandse taal

De Nederlandse taal bestaat grotendeels uit woorden die afstammen van andere talen. Leenwoorden worden deze woorden genoemd. Een groot deel van de Nederlandse taal stamt af van de Franse taal. De import van Franse woorden is al in de middeleeuwen op gang gekomen.

Zonder dat we het in de gaten hebben, gebruiken we continu Franse woorden. We horen het niet, omdat de Franse woorden vernederlandst zijn en er dus niet meer aan te zien of te horen is dat het eigenlijk een Frans woord is. De vreemde woorden worden gedeeltelijk of volledig aangepast aan de Nederlandse taal. Zo worden de woorden aangepast aan de spelling, uitspraak en woordvorming van de taal waarin ze gebruikt worden. Het Franse woord cigarette bijvoorbeeld is in het Nederlands sigaret geworden en het Franse woord boutique is in het Nederlands boetiek geworden.
Door het aanpassen van leenwoorden herkennen we ondertussen niet meer welke woorden echt Nederlands zijn en welke woorden leenwoorden zijn. Leenwoorden worden gebruikt, omdat er vaak moeilijk een Nederlandse vertaling te vinden is voor bepaalde woorden. Daarnaast klinkt het natuurlijk veel mooier al die Franse woorden in de Nederlandse taal.

Hieronder een lijstje met een aantal vernederlandste Franse woorden:

bureau                               douane                          interieur
chauffeur                          crèche                            gourmetten
cheque                               bagage                           entree
conducteur                       coulisse                         etui
contant                              dressoir                        kostuum
paraplu                             charmant                      etage

Ook veel werkwoorden in het Nederlands die eindigen op –eren stammen af van het Frans, zoals dineren en registreren. De meeste woorden die uit Frankrijk zijn geïmporteerd betreffen termen die tot bepaalde zaken behoren, zoals termen die te maken hebben met bestuur, rechtspraak, kleding en natuurlijk niet te vergeten de keuken! Denk maar aan woorden als provincie, getuige à charge, haute couture en crème brûlée.

De reden waarom we in het Nederlands zo veel Franse woorden hebben overgenomen, heeft te maken met de middeleeuwen. Het Frans is namelijk jarenlang de voertaal geweest voor de rijke mensen in Nederland. Dit is ook nog altijd terug te zien in het Nederlandse wapen. Daar staat namelijk Je maintiendrai, wat ik zal handhaven betekent.
Van 1810 tot 1813 is Nederland zelfs onderdeel van Frankrijk geweest en in die periode was Frans naast Nederlands de officiële taal van Nederland. Andersom zijn er ook nog een aantal Nederlandse woorden in het Frans terug te vinden, zoals digues (dijken) en bière (bier).

Het is leuk om te zien dat talen eigenlijk zo verschillend lijken, maar uiteindelijk toch heel veel op elkaar lijken. Hopelijk heb ik je met dit blog wat meer informatie kunnen geven over de vele mooi Franse woorden in onze Nederlandse taal!

Au revoir!

 

Ga voor meer leuke taalartikels naar mijn taalblog Taal & ik!

 

Advertenties

E-book of papieren boek

Het leesgedrag onder de Nederlanders is sterk veranderd door alle digitale ontwikkelingen. De tijd dat we naar de bibliotheek gingen om het boek te vinden wat we zo graag wilden lezen, is verdwenen. Het is nu heel normaal dat je een boek downloadt en het dan op je E-reader, mobiele telefoon, computer of tablet leest.
Doordat alles nu digitaal beschikbaar is, lezen we steeds minder op papier. Zo wordt het nieuws nu veel meer op de telefoon gelezen dan op papier.
Door de komst van de E-reader zullen er ook steeds minder mensen naar de bibliotheek gaan. Ik heb zelf een E-reader en ik vind dat het veel voordelen heeft, maar het is niet te vergelijken met een papieren boek.

Het voordeel is dat je heel veel boeken op je E-reader kunt zetten. Als je dus op vakantie gaat, kun je ontzettend veel boeken meenemen zonder dat je met al dat gewicht van die boeken moet slepen. De E-reader is erg licht en dat is zeker fijn, want zo kun je hem heel gemakkelijk overal mee naartoe nemen. Daarnaast weet de E-reader precies waar je gebleven bent met lezen waardoor je nooit meer aan het zoeken bent op welke bladzijde je precies gebleven was. Verder kun je ook het lettertype en de lettergrootte veranderen wat natuurlijk erg handig is. Het aanschaffen van een E-book is daarnaast ook een stuk gemakkelijker. Zo kun je bijvoorbeeld via internet een E-book kopen waarna je na je betaling een downloadlink in je mail vindt en deze zo op je E-reader kunt downloaden. Dus je hoeft niet te wachten op je boek: boek kiezen, betalen en lezen maar.

Als ik moet kiezen, kies ik toch liever voor een papieren boek. Het vasthouden van een dik boek en de geur van de bladzijden mis je toch echt bij een E-reader. Verder vind ik de kaft van een boek ook heel belangrijk. Wanneer een boek een leuke en mooie kaft heeft, trekt het boek mijn aandacht en ben ik sneller geneigd om het boek te lezen. Dit effect heeft een E-book niet.
Andere nadelen van de E-reader vind ik dat je niet echt een idee hebt hoe ver je al in het boekt bent en dat je niet heel gemakkelijk kunt bladeren in het boek. Soms komen er in een boek namelijk wel eens heel veel personen voor en in een papieren boek zou ik dan snel even terug bladeren om te lezen hoe die ene persoon nu ook alweer heette, met een E-reader gaat dat minder gemakkelijk.

Ik denk wel dat de komst van de E-reader het leesgedrag onder Nederlanders beïnvloed heeft. We lezen tegenwoordig namelijk alles digitaal en een E-book kun je niet alleen op je E-reader, maar ook op je telefoon, computer of tablet lezen. Iets wat zeker de jongeren onder ons zal aanspreken. Ik denk dat het lezen hierdoor aantrekkelijker wordt en dat we dus toch eerder de tijd zullen nemen om een boek te lezen.

Waar geef jij de voorkeur aan? E-book of papieren boek?

 

Ga voor meer leuke taalartikels naar mijn taalblog Taal & ik!

 

 

 

Sint en Piet zaten te denken, wat ze jou dit jaar eens zouden schenken

Jaaa, het is weer zover! Heb jij je surprise al af?

Pakjesavond staat weer voor de deur en dat betekent tijd voor het maken van surprises en het belangrijkste niet te vergeten, het Sinterklaasgedicht! Sinterklaas is altijd een gezellige periode van de maand december. Lootjes trekken, surprises maken, chocolade letters kopen en gedichten maken. Hoewel het vooral een kinderfeest is, vieren wij ouderen het ook nog door middel van het maken van surprises voor elkaar. Het leukste is het kopen van de cadeautjes en het in elkaar knutselen van de surprise, maar dan… het gedicht… Ik denk dat de meeste mensen dit het mindere gedeelte vinden dat bij de surprise hoort, maar een Sinterklaasgedicht hoort er wel echt bij! Zonder gedicht is het niet compleet! Ik zie er nooit zo tegen op om een gedicht te maken, want voor mij is het alleen maar leuk dat ik weer creatief met taal bezig kan zijn. Maar ik kan me voorstellen dat niet iedereen het een leuke bezigheid vindt. Tegenwoordig zijn er genoeg sites te vinden waarop je kant-en-klare gedichten kunt vinden, maar dan is de kans groot dat iemand anders precies hetzelfde gedicht als jou heeft en dat is ook niet de bedoeling. De kunst is juist om een zo origineel mogelijk gedicht te maken dat bij de persoon hoort waarvoor je het maakt. De standaardopeningszin ‘Sint en Piet zaten te denken, wat ze jou dit jaar eens zouden schenken’ kennen we nu wel!
Bedenk van tevoren wat je in je gedicht naar voren wilt brengen. Wil je dat het gedicht betrekking heeft op het cadeau of wil je juist iets vertellen over de kwaliteiten van de ontvanger van het cadeau?
Met het oog op de Zwartepietendiscussie kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om dit onderwerp terug te laten komen in het gedicht: ‘Sinterklaas is een feest voor kinderen, en door die Zwartepietendiscussie laten we ons daarom niet verhinderen’, ‘Zwarte Piet was even bang dat hij niet meer welkom was in Nederland, na al die discussies in de krant’.
Voor je begint met het schrijven van een gedicht is het ook belangrijk om te weten wat voor soort rijm je wilt gaan gebruiken. De meest gebruikte rijm bij Sinterklaasgedichten is gepaard rijm (AABB):

De sint zat te denken,
wat hij jou zou schenken.
Hij heeft gezocht in alle gaten en hoeken
om voor jou wat leuks uit te zoeken.

Een ander soort rijm is omarmend rijm (ABBA):

Sint liep te denken,
Een boek of een bon
Of een flesje lotion,
Wat moest hij jou schenken?

De laatste rijmsoort die je kunt gebruiken bij een Sinterklaasgedicht is gekruist rijm (ABAB):

Sint liep te denken
Een boek of een bon
Wat moest hij jou schenken
Een flesje lotion?

Door dit eerst te bepalen, weet je ook welk rijmwoord je moet zoeken. Wanneer je een leuke zin bedacht hebt, maar geen rijmwoord kunt vinden voor de volgende zin kun je nog altijd de hulp gebruiken van de vele rijmwoordenboeken op internet. Op deze sites kun je het woord intypen waarvoor je een rijmwoord zoekt en je krijgt dan een hele lijst met mogelijke rijmwoorden die je kunt gebruiken. Dit vergemakkelijkt het maken van een Sinterklaasgedicht enorm!

Heb jij je gedicht nog niet af? Hieronder een aantal handige sites:
http://www.rijmwoordenboek.net/
http://www.leukespreuk.nl/gedichten_sinterklaas.htm
http://www.sinterklaasgedichten.com/sinterklaasgedicht-maken.php
http://www.de-rijmpiet.nl/beginzinnen.html

Hopelijk heb ik je wat inspiratie kunnen geven en heb je dit jaar het origineelste Sinterklaasgedicht ooit!

Fijne Sinterklaas en vooral veel dichtplezier!

 

Ga voor meer leuke taalartikels naar mijn taalblog Taal & ik!

De irritantste taal- en spelfouten op social media

Ben ik de enige die zich daaraan ergert? Die vreselijke taal- en spelfouten die mensen maken als ze een status op Facebook plaatsen of een WhatsApp-bericht vol met spelfouten waarin je moet gaan puzzelen wat iemand je probeert te zeggen. Ik erger me er groen en geel aan! Ik heb zo vaak de neiging om iemand te gaan verbeteren op Facebook. Je leest het toch zeker even na, voordat je iets post op Facebook of Twitter? Of ben ik echt de enige die dat doet? Ik bedoel, iedereen kan lezen wat je op internet plaatst en door je taal– en spelfouten zal je bericht niet bepaald serieus worden genomen. Natuurlijk mag je afkortingen gebruiken, want je bent beperkt tot een aantal karakters. Maar gebruik de afkortingen dan alsjeblieft correct.

Misschien ligt het wel aan mij en zie ik gewoon overal fouten en wil ik anderen de hele tijd verbeteren. Als student van de Vertaalacademie ben ik natuurlijk de hele dag met taal bezig en kleine taalfoutjes vallen me dan ook meteen op. Toch denk ik dat er zeker veel meer mensen zijn die zich hieraan storen.
Wat erger ik me bijvoorbeeld aan dt-fouten. Het is toch echt ‘ik vind’ zonder een –t. Ik begrijp dat mensen hier moeite mee hebben, want er zijn zoveel grammaticaregels en uitzonderingen, maar zoek het dan in ieder geval even op voordat iedereen je fout kan lezen. En als je de regel uiteindelijk doorhebt, is het niet eens zo moeilijk.
Een ander voorbeeld is het gebruik van ‘enigste’. Dit woord bestaat niet mensen! Het is toch echt ‘enige’ en niet ‘enigste’. Als het goed is, heb je dat gewoon op de basisschool geleerd.
Wat ik ook echt vervelend vind, is als mensen geen hoofdletters en leestekens gebruiken. Op de basisschool heb je geleerd dat je elke zin met een hoofdletter begint en eindigt met een punt. Ik dacht dat de punt op het toetsenbord toch niet zo heel moeilijk te vinden is.

De fout die ik ook steeds vaker voorbij zie komen op social media, is het gebruik van ‘me’ in plaats van ‘mijn’. Waarschijnlijk komt deze fout voort uit de spreektaal, hoewel ik het zelfs niet eens in de spreektaal zou gebruiken… Eerlijk gezegd, snap ik niet echt waarom mensen deze fout maken, want deze grammaticaregel leer je al op de basisschool en is echt niet zo moeilijk. ‘Mijn’ is een bezittelijk voornaamwoord: ‘MIJN fiets’. ‘Me’ is een wederkerend voornaamwoord en wordt gebruikt wanneer je naar jezelf verwijst: ‘Snap je ME?’
Als we het dan toch over bezittelijke voornaamwoorden hebben, ‘jou’ is géén bezittelijk voornaamwoord! Veel mensen hebben waarschijnlijk niet door dat ze het fout gebruiken, omdat deze fout zo vaak wordt gemaakt. Het is toch echt ‘jouw fiets’ en ‘jouw iPod’. Niet zo moeilijk om te onthouden, dacht ik toch.

De fout waar ik me misschien wel het meest aan stoor is het gebruik van ‘hun’ als onderwerp. ‘Hun hebben dat gezegd’, is echt niet correct. ‘Hun’ is een bezittelijk voornaamwoord en gebruik je dus niet als onderwerp. Het moet zijn, ‘ZIJ hebben dat gezegd’. Dit is net zo irritant als het gebruik van ‘kennen’ in plaats van ‘kunnen’ of ‘leggen’ in plaats van ‘liggen’. Ik kan zo nog blijven doorgaan met het opnoemen van irritante taal- en spelfouten, maar dit zijn denk ik toch wel de meest voorkomende en de meest irritantste fouten die je regelmatig ziet voorbijkomen op social media.
Niet alleen op social media worden zoveel fouten gemaakt, ook op reclameborden in winkels bijvoorbeeld. De leukste en grappigste taalvoutjes vindt je op http://www.taalvoutjes.nl.

Aan welke taal- en spelfouten erger jij je het meest? Laat het me weten!

 

Ga voor meer leuke taalartikels naar mijn taalblog Taal & ik!

Analfabetisme in Nederland

De reden waarom ik dit onderwerp ter sprake breng, is omdat er in Nederland meer mensen analfabeet zijn dan we denken. Voor de meeste mensen is lezen en schrijven vanzelfsprekend, maar toch zijn er genoeg mensen voor wie dat niet zo is. Wanneer we aan analfabeten denken, denken we aan buitenlanders die hier in Nederland zijn komen wonen en die de Nederlandse taal dus niet beheersen. Maar dat is niet zo! Wanneer we over analfabetisme in Nederland spreken, hebben we het over Nederlandse mensen die hier zijn opgegroeid en die hier al hun hele leven wonen.

Wat is een analfabeet eigenlijk? Een analfabeet of een laaggeletterde is iemand die de vaardigheid in lezen, spellen en schrijven niet of in onvoldoende mate beheerst.
De Stichting Lezen & Schrijven maakt analfabetisme bespreekbaar en vraagt aandacht voor dit probleem. De mensen die analfabeet zijn schamen zich hier namelijk voor, net zoals de samenleving en daarom horen we weinig over dit onderwerp. Veel analfabeten hebben er mee leren leven of laten hun lees- en schrijftaken over aan hun partner, familie of vrienden. Er zijn ook een aantal analfabeten die zich er niet eens bewust van zijn dat ze een lees- en schrijfprobleem hebben en weten ook niet dat ze er iets aan kunnen doen.

Analfabetisme komt vooral voor in ontwikkelingslanden, maar ook in westerse landen komt het veel voor. In Nederland tellen we zo’n 1,3 miljoen laaggeletterden tussen de 16 en 65 jaar, dat wil zeggen 1 op de 9 Nederlanders in deze leeftijdscategorie. Dat is dus best een groot aantal.
Om analfabetisme onder de aandacht te brengen heeft de NCRV het programma ‘Zeg eens B’ op de buis gebracht. Gedurende zes afleveringen volgt presentatrice Caroline Tensen acht mensen die laaggeletterd zijn en die daar wat aan gaan doen. Voor ons is het heel vanzelfsprekend dat we kunnen lezen en schrijven, maar voor de mensen in dit programma heeft hun laaggeletterdheid een grote impact op hun leven. Denk maar eens aan het invullen van formulieren of het sturen van mails. Of hele andere dingen, zoals het lezen van straatnamen, het schrijven van verjaardagskaarten, het voorlezen van kinderen, het lezen van bijsluiters van medicijnen, het schrijven en lezen van een liefdesbrief of van een sollicitatiebrief. De meeste analfabeten hebben ermee leren omgaan, maar het kunnen lezen en schrijven wordt steeds belangrijker in de Nederlandse samenleving omdat we ondertussen in een digitale wereld leven.

Hopelijk heeft dit programma ervoor gezorgd dat meer analfabeten zich niet meer schamen voor hun lees- en schrijfprobleem en hopelijk durven ze er nu ook over te praten zodat er iets gedaan kan worden aan hun probleem. Gelukkig helpt de Stichting Lezen & Schrijven dit probleem te voorkomen en te verminderen.

Ik vind het jammer dat dit onderwerp zo weinig onder de aandacht wordt gebracht, want het is nauwelijks voor te stellen dat analfabetisme toch nog een redelijk groot probleem in Nederland is. Vooral in de toekomst zal het een groter probleem worden voor analfabeten.

– Rachel van Pol

Ga voor meer leuke taalartikels naar mijn taalblog Taal & ik!